Menu Content/Inhalt
Welkom arrow Mengcultuur
Mengcultuur PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Administrator   
Tuesday 30 November 1999

Teelt in mengcultuur.

Vrij algemeen bekend is dat we in de moestuin de verschillende soorten planten in verschillende groepen verdelen. Elke groep krijgt zijn eigen plantvak. En deze vakken rouleren elk jaar. Hierdoor wordt voorkomen dat men de grond uitput doordat jaar in jaar uit dezelfde gewassen dezelfde grondstoffen uit de grond halen. De beschreven planten op deze website zijn ook in deze verschillende groepen ingedeeld.

In het boek Gesunder Garten durch Mischkultur van Gertrud Franck wordt een andere manier van het kweken van groenten en vruchten beschreven namelijk een op basis van combinatie teelt. In dit boek beschrijft zij voornamelijk eigen ervaringen en waarnemingen, uit 30 jaar werken in de praktijk

Zij neemt de natuur als voorbeeld:
Planten leven met en van elkaar. Niet alleen in de vrije natuur, maar ook binnen de gecultiveerde tuin- en akkerbouw. In de praktijk blijkt dat bepaalde planten het in kombinatie met sommige andere planten altijd beter doen en in kombinatie met weer anderen altijd slechter.
Niet alleen de combinaties zorgen voor een optimale groei; de aanwezigheid van veel verschillende soorten planten, doet dat ook. Dus tuinbouwgewassen, kruiden, groenbemesters, on(?)kruiden, bloemen .... Bovengronds gebeurt de be�nvloeding onder andere door geurstoffen. Ondergronds vindt de be�nvloeding plaats in het gebied van de wortels. Deze is het gevolg van (wortel-)uitscheidingen en van steeds veranderende wensen voor voedingsstoffen

De verscheidenheid aan levend en dood plantenmateriaal (wortelresten!), komt onder andere tot stand door het telen op rijen volgens het volgende schema:
C - B - C - A - C - B - C - etc.

Op de A-rijen wordt per seizoen één gewas geteeld, eventueel met een korte voorteelt. Voorbeelden van A groenten zijn: tomaten, stokbonen en courgettes.

Op de B-rijen groeien prei, ui, bloemkool, vroege kool; planten die alleen in het eerste of het tweede deel van het seizoen plaats nodig hebben.
De C-rijen dragen twee, vaak zelfs drie gewassen na elkaar; gewassen die een korte groeitijd hebben en naar verhouding klein en laag zijn: salades, koolrabi, radijs enz. In de verschillende rijen kan men weer mengkulturen opzetten.

Door er voor te zorgen dat de tuin het hele jaar veelvormig begroeid is (door de kombinaties van C-,B-,A-rijen, groenbemesters en mulch) kan de grond beschikken over een grote verscheidenheid aan wortelresten waardoor verrot materiaal en voedingsstoffen het hele jaar voorhanden zijn, op en in de bodem.

Het geven en nemen van voedingsstoffen door planten vindt in de vrije natuur steeds dicht naast elkaar plaats. Planten sterven af en zijn dan meststof voor de planten die ernaast groeien.
Dit principe is nagebootst in de zogenoemde 'oogst- en mestrijen'. De oogstrijen zijn de rijen C, B en A als boven omschreven. De mestrijen liggen tussen de oogstrijen in en daar worden gewassen gezaaid die alleen voor de bemesting dienen. Gertrud Franck gebruikt hiervoor vooral spinazie of tuinbonen. Deze gewassen zorgen er tevens voor dat de bodem vroeg in het voorjaar al bedekking heeft.

In het voorjaar worden de bemestings gewassen zo vroeg mogelijk op rijen gezaaid. De afstand tussen de rijen is 50 cm en daartussen worden dus later de te oogsten gewassen gezaaid.
De spinazie wordt afgehakt wanneer zij begint te schieten; de bonen na de bloei. Wanneer de bonen bij de grond worden afgehakt, blijven de stikstofknolletjes, de bacteriën die luchtstikstof binden, nog geruime tijd werkzaam.
Nabij gewassen die niet eensklaps het volle licht kunnen verdragen, worden de bonenplanten in twee of drie keer weggehakt. Bij schaduwminnende planten, bijvoorbeeld komkommer, blijft om de meter een bonenplant staan. Deze leveren weer het zaad voor het volgende jaar.
De afgehakte spinazie en bonen dienen als eerste mulchlaag tussen de oogstrijen. Kort hierna wordt een tweede mulchlaag aangebracht (zie bemesting).

Na de oogst wordt alles op het land gelaten. Het 'afval' zorgt weer voor aktivering van het bodemleven. In het voorjaar wordt dit 'afval' bijeen geraapt en op een komposthoop gebracht. De grond wordt weer zaaiklaar gemaakt.

De besmesting

Bemesting is niet louter het toevoegen van voedingsstoffen; het is zorgen voor het in stand houden en stimuleren van de opbouw van een humusrijke grond.

Ook met groenbemesting wordt er voor gezorgd dat er voedingsstoffen in de bodem komen. Er wordt veel gewerkt met mosterd, winterrogge en wikke. De wikke wordt voor de bloei afgemaaid. Dit geeft een dekengroei en een extra diepe worteling. Meer dan andere leguminosen, zoals erwt en rode klaver, zorgt wikke voor luchtstikstofbinding.
Door de bemestingsrijen, de mulchlaag, de kompost en de groenbemesting, is er veel materiaal dat door vele organismen wordt afgebroken en zo beschikbaar komt voor de groei van planten. In het tuinbouwgedeelte zorgt het braak laten liggen van stukken grond mede voor een evenwicht, een vruchtbare bodem.

Voor mensen die meer informatie willen, volgt hier een lijst met boeken en artikelen.
1. Verslag van een lezing van Jacobus Langerhorst, d.d. 29-12-1986.
2. Artikel uit Bodem und Gesundheit: Gartnerhof Langerhorst, 1985.
3. Die Mischkultur in Kürze nach Gertrud Franck, door J. Langerhorst; een artikel waarin de pricipes voor kombinatieteelt van G. Franck worden uitgewerkt voor de teelt op bedden.
4. Jacobus Langerhorst; Mischkultur in Gemüsebau.
5. Gertrud Franck: Een gezonde tuin door mengkultuur, KIM Natuurboeken, 1982.
6. Karel Lorteije: Combinatieteelt, uitg. De Twaalf Ambachten, Boxtel

Mulching (een Engels woord, spreek uit: 'mulsjing') en groenbemesting zijn twee manieren om én de grond niet kaal te laten staan én stoffen aan de bodem toe te voegen, die er uitgehaald zijn doordat je groenten enzo hebt geoogst.

Eerst wat over mulch en mulching. De mulch is een laag al of niet helemaal verteerd plantenmateriaal van een bepaalde dikte, die je uitspreid tussen de groenten, de kruiden, de fruitbomen en het kleinfruit. Zo'n laag plantenresten wordt als bemesting gebruikt; je kan het zien als een uitgespreide komposthoop, die al op de plek van bestemming ligt en daar verteert in plaats van in een hoekje van je moestuin. De mulchlaag wordt afgebroken door bakteriën en bodembeestjes als regenwormen en mijten, en voegt humus toe aan de grond. Zo verbetert de struktuur van de aarde waardoor vocht en voedsel makkelijker de grond in kunnen komen. De laag voorkomt ook uitdroging door zon en wind en het voorkomt wegwaaien en wegspoelen van grond. Zo'n deken kan planten ook beschermen tegen (strenge) vorst; meestel wordt dan stro gebruikt dat ook bovenop de gewassen wordt gelegd.

Groenbemesting is het vruchtbaarder maken van de grond door het laten groeien en afsterven van bepaalde planten. Vooral die planten worden gebruikt, die stikstof in de grond brengen en die door hun wortels de grond luchtiger en losser maken. Prima dus voor de doorwatering van de aarde. Groenbemesting wordt op verschillende manieren toegepast.
Meestal worden groenbemesters in de herfst gezaaid op stukken grond, die anders kaal de winter zouden doorbrengen. Vaak worden ze gezaaid op plaatsen waar de groenten veel stikstof of andere voedingsstoffen uit de bodem hebben gehaald en waar dus weer voedingsstoffen toegevoegd moeten worden. Bij sommige groenbemesters (de vlinderbloemigen) leven bacteriën in symbiose met de planten. Ze zitten in wortelknolletjes op de plant en binden stikstof uit de lucht. Die zetten ze om in een voor de plan opneembare stikstofverbinding. De bacteriën geven die aan de plant en krijgen van de plant voedingsstoffen die zij zelf nodig hebben.
Naast de vlinderbloemigen zijn er andere groenbemesters: de grasachtigen als rogge en Engels raaigras, boekweit en phacelia.
Het blad van groenbemesters kan je ook voor de mulchlaag gebruiken.

 

Laatst geupdate op ( Friday 11 January 2008 )
 

Google search

Google Advertenties